2
Kaoe en Galela op de oostkust van het Noordelijk schiereiland en verder om de ne erd terug; terwijl Jtirj ten slotte een maand doorbracht op de onderneming der Batjan-maatschappij nabi) de hoofdplaats Laboeha van het eiland Batjan.
Na een verblijf van ruim drie weken in de Minahasa scheepte hij zieh den 8en Juli aan boord van de „Sindoro” in en kwam den 30en Juli wedelte Singapore, om van hier uit eene reis te maken naar Koetjing (Serawak) en de Baram-rivier op tot aan Bongmari en eindelijk den 23en October met de „Gera” van N. D. Lloyd te Genua terug te keeren.
Als gevolg hiervan heeft hp zijn boek verdeeld in 10 hoofdstukken, te weten:
I. Yan Genua naar Singapore. blz. 1— 16.
II. Over Java naar Ternate. „ 17—30.
III. Ternate. „ 31—80.
IV. Halmahera. „ 81—212.
Y. Batjan. „ 212-231.
YI. Celebes. „ 231—239.
VII. Van Menado naar Singapore. „ 240 — 247.
VIII. Reis naar Borneo. „ 247.
IX. Serawak. „ 299—308.
X. Terugreis. „ 308-312;
waaruit al dadelijk te ontwaren is, dat het zwaartepunt zijner reisberichten valt binnen het gebied van het eiland Halmahera, alwaar hij meerdere plaatsen bezecht en o. a. het langst in den omtrek van het meer van Galela vertoefde; en uit de bestaande literatuur, aangevuld door eigen waar- nemingen, een resumö samenstelde over de op dat eiland wonende Anderen, dat, hoezeer uit den aard der zaak niet in bjjzonderheden afdalende, in hoofdtrekken als een vrij juist beeid van dat ras kan worden aangemerkt.
Möge soms datgene, wat hij zijn lezers verhaalt, voor een Holländer het karakter van nieuwheid missen, aan den anderen kant is het hem als een werkelijke Verdienste aan te rekenen, dat door zijn studie aan vele dwaal- begrippen in het buitenland voor goed een einde is gemaakt.
Ik doel hiermede n.J., op hen, die de Molukken uit eigen ervaring kennen. Anderen vinden or allicht iets in, dat vroeger aan hunne aandacht ont- snapte of thans duidelijker is omschreven, want de Sehr, heeft zieh buiten- gewoon veel moeite gegeven ten aanzien der den tekst opluisterende pho- tographieen; voor ons, die op dit punt niet verwend zijn, van meer dan gewone waarde. *) De op den omslag vermelde lithograpische Anstalt van "Werner und Winter te Frankfort heeft voor de in kleurendruk bijgevoegde platen van ethnologische voorwerpen eveneens alle eer van haar werk; en al kan men van oordeel zijn, dat het met eenig talent aangebrachte eigen- aardige cachet van onreinheid aan alles, wat uit handen van inboorlingen komt, meer met de werkelijkheid zou overeenstemmen, voor een boek dat ook door zijn hoogen prijs voor de salontafel bestemd blijkt te zijn, is de
*) Men denke slechts aan de vele hopelooze afbeeldingen, die degelijke werken over den Indischen Archipel, als b. v. Prof. v. d. Lith's Ned. Oost-Indig, 2e druk, ontsieren; — het werk van den uitgever E. J. Brill te Leiden!