C 53 }

ti

nakomelingfchap zitten, maar voor dezelve geroepen xyn, om gehoord en met elkander vergeleken te wor­den; het is de overweging van alle de zeddyke hoe­danigheden der verhalers, welke het gevoelen der na­komelingschap uitmaakt; en daar gevoelt elk, even ais in een jury, den invloed van de goede of kwade trouw der getuigen, maar dikwyJs nog meer van zyne eigene hartstogten en vooroordeekm

De gevoelens der Historiefehryvers zyn het dus niet by uitlluiting, welke men by deze vraag moet in aan­merking nemen. Men moet zyn oordeel bouwen op de vergelyking der gefchiedknndige voorvallen, ten einde daaruit, wegens die zelfde voorvallen, de inlichtingen en de b-illykheid afteleiden, welke men, het zy aan de Bako relingfchap, het zy aan de tydgenooten, kan toe- fchryven.

Daarenboven looft de Akademie eene gouden Me­daille,, ter waarde van aco Francs, uit, voor bet beste Dichtduk, dat by haar m den loop van het jaar 1812 zal ingezonden .worden. Het onderwerp wordt aan de mededingers overgelaten. Men vordert alleen, dat het in Alexandry:dche verzen vervat zy, en dat het (luk ten minde tweehonderd regelen bevatte. De (luk­ken moeten vrach vry, voor den iften Mei. 1813, aan den Heer Morland, M. D., Secretaris der Akademie, soegezonden worden.

Parys. In de openbare zitting der Franfche Akade- mie, den Qden April 1 1 . gehouden, waarin uitfprahk over de Lofredenen op Montajgne gedaan werd (*), las de Voorzitter, de Hr. Delillë, zyn Vaarwel aan het Leven voor, in dichtregelen vervat, die in den mond van dezen achtingwaardigen grysaard onbegrype- lyk bevallig wagen

Als prysdoöe van welfprekendheid, waarover in eene openbare Vergadering, . op den eerden Donderdag ia April van 1814, zal geoordeeld worden, geeft zy op eene redevoering over de voordeelcn en zwarigheden verknocht aan de letterkundige bcöordceling Sedert het laatde jaar heeft zy aangekondigd, dat de prys der

Dicht­je*) Z : e Alg. Korst- en Letter-Bode 1812. Ifle Deel,

biodZ. 24 -*«

D3