£ 53 )

langzamer cn naauwkeuriger bearbeid, naar den prys te dingen, geeft zy deze vraag op nieuw voor 1813 op.

De Prys zal in vyfbonderd Francs beffaan, en da Akademie behoudt aan zich eene gouden Medaille, ter grootte van hare prefemiepenningen, toetedaan aan Ver­handelingen, welke, zonder het doel bereikt te heb­ben, echter eene byzondere oaderlcbeiding niogten ver­dienen.

Het hoofddenkbeeld van eenige mededingers is, dat de gefchiedkundigen, fchryvers, befchouwers of hoor­ders der zaken, die zy verhalen, de tydgenooten uit­maken, en dat de Gcfchiedfchryvets, die deze tydge­nooten nafchreven of verklaarden, de nakomelingichap vormen. Zonder dit eenigermate te betoogen, bouwen zy op deze bepaling voort, welke zy als eene aange­nomen zaak bdchouvven. In alle hunt?e bewyzen, zien zy en laten zy alleen de Gefchiedfchry vers handelen ; zoodat in hunne Verhandelingen de vraag in deze ver­andert : ,, Zyn de Historiefchryver-s der nakomeling- fenap verlichter en biilyker dan de Gdchiedfchryvers, die tydgenooten zyn?

Het was het oogmerk der Akademie geenszins eene vraag, die haar grootlle belangrykheid uit de algemeen­heid van hare toepasfing ontleent, zoo naauw te bepa­len. Zy wil, in zulk een fchoon vvvsgeerig onder­zoek, niet alleen naar de getuigenisfen van enkele per- loncn hooren. Het gevoelen van eene eeuw wilde zy vergelyken en tegen over de meening van eene andere eeuw dellen.

Men zou, wel is waar, kunnen zeggen, dat de ge- fehiedenis de eenige bron is, die de nakomeiingfebap Hofje voor hare oordeelvellingen levert, en dat dus de Historiefchryvcrs, uit den aard der zake zelve, de eenige getuigen worden, die men over Gefchiedkundige gevallen hooren kan, en by gevolg de eenige, die ten aanzien dezer zeilde gevallen, een gevoelen en oordeel daariiellen; maar uit zulk eene befchouwirg der nako- melmgfchap zou volgen, dat men den getuige met den regrer en de getuigenis met het vonnis verwarde.

Nog veel minder is het het byzonder gevoelen van den vcrhaler, dieer de waarheid van moet bevestigen. Zy om (Hat uit de ontdekkingen, door verfchiilende Ge- 1'chiedfchryvers gedaan, welke niet in de regtback der