FHTHISIS PÜLMOKÜM. lql

tachtig, de groote hadden van eene haselnoot: de overige, die nederwaarts liepen , waren naar evenredigheid dier Vaten kleiner.

Dan vermits dit lighaam door Longteering gestorven was, en alle de Klieren zoowel in den buik als Boorst even eens aangedaan en opgezet waren , oordeelde ik , of misschien deeze Klieren , in gezonden onzigtbaar , alleen- lyk door deeze Ziekte dus aangedaan mogten geweest zyn : te meer, om dat ik iny niet herinneren kon de ergens deeze Klieren gemeld gevonden te hebben, gelyk ik dezelve als nog niet by de Beroemdste üntleedkundigen heb konnen ontdekkend 4

In lapidariis pulvis inspiratione absorptus phthisin excitat d ).

Servo glandulas lymphaticas bronchiales^ et tracheafes- verissimis calcuiis refertas in, lapida-' riis e) a me inventas.

Non infrequens est, inquit Haliler ƒ), glan- dulas bronchialès lymphaticas durescere atque sabulo intus aspero repleri, aut variis cartila- gineis, osseis lapideisque demum concrementis farciri, quae non infrequens lentissimae phtlvi- seos éaussa est.

>

d) Cuavet De Phtilisi pulmonali Ixaereclitaria. Monasteiii

1787. p. 44.

e) Confer §. de Obstrnctione glandularurn.

f) De Corporis Humani JFabriea. Tomo sexto, p. 248-

SöMdXEniiIl!t& HE MORRtS. K

t