i >4

'f'

PHTHISIS PULMOISUM*

§. LII.

Jn vomica et exulceratione pulmonum glandu­larum absorbentium bronchialium tumores saepe- numero vidi , in Pleuresia, jPeripneumonia, et Phthisi Pulmonum glandulas axillares tumidas

e-f

vidit Cruiksiiawk a). Glandulas absorbentes < 2 . ^

intercartilagineas in Empyemate vel rupta Pul­monum vomica intumescere alibi b) notavi.

Recte hinc Camper c ) annotavit: ,,Jn de hongteermg is gcmceinlyk het geheele hliergestel, voorcil rondom de Borstholte , zeer sterk acinge- fi daan, en opgezet.

Den i3. Dec. van den Jaare 1776. opende M ik de Borst van eene Vrouwe aan Longteering gestorven , en vond alie die Klieren geweldig ,,nitgezet, die rondom de groote Vaten van het ,,Hart langs den Slokdarm , en tussen de long- pypen enz. gelegen zvn, van gelyken.

,,Als ik die Pleura, agter welke die Mam- vaten liggen, geheel wegnam , vond ik voor het eerst verschiedene aanzienlyke Klieren , welke deezen Vaten verzelden , waarvan inzon- derheid twee merkelyk nitgezet, schoon pla-

,,tachtig

a) Anatomy of tlie absorbent Vessels, p. 126. et i 5 j.

b) In Capite tle Empyemate.

c) Verliandeling over den waaren Aart der Kaukerwor»

ding , 6. et 7.